Feature Image

Samen maken we de buurt

In Hillegom, Lisse en Teylingen bouwen inwoners en organisaties samen aan buurten waarin mensen naar elkaar omkijken en zich écht verbonden voelen. Zo’n twintig partners – van de HLT-gemeenten tot zorg- en welzijnsorganisaties en woningcorporaties – ondersteunen deze beweging. Rosanne Maters, programmamanager, geeft een kijkje achter de schermen: hoe werk je samen aan gemeenschapsvorming in de praktijk?

Bouwen aan een betrokken gemeenschap
‘In elke gemeente is een pilotbuurt gestart met een klein team professionals dat werkt aan één gedeeld doel: bouwen aan een sterke, betrokken gemeenschap’, vertelt Rosanne. ‘Niet top-down, maar samen met de buurt. We werken volgens de ABCD-aanpak, die uitgaat van de kracht en talenten die er al zijn. Vanuit de ambitie om betrokken, betekenisvol en vitaal ouder te worden in de HLT-gemeenten, ligt de focus in eerste instantie op gemeenschapsvorming. Door hierin te investeren, ontstaat een stevige sociale infrastructuur waarin passende zorg en fijn wonen kunnen wortelen en groeien’.

In beweging
‘Ruimte geven en ruimte innemen, het zijn bewegingen die alleen kunnen ontstaan als zowel gever en ontvanger zich hier bewust van zijn, We zien in de praktijk dat er ontzettend veel gebeurt door bewoners zelf. De kunst is mee te bewegen en alert te zijn waar de barrières liggen’, zegt Rosanne. ‘Een man die zijn dagen doorbracht bij de dagbesteding van het Raamwerk, is nu trotse buurtverbinder bij ontmoetingplek ‘t Stekkie, inclusief eigen visitekaartje. Een moeder met een burn-out kreeg via haar zelf opgezette borduurclubje in Voorhout weer vertrouwen in zichzelf, anderen en de toekomst. Mensen bloeien op. Omdat ze zich gezien voelen en iets betekenen voor een ander door te doen waar ze goed in zijn. Dan word je onderdeel van een gemeenschap en komt er iets groters in beweging. Dat gaat verder dan je eigen geluk.’

Leren van én met de buurt
De beweging vraagt iets van organisaties: anders kijken, denken en doen. ‘Professionals uit zorg, wonen en gemeente leren van de praktijk van welzijn, onder andere via de ABCD-aanpak’, legt Rosanne uit. ‘Zo ontstaat meer zicht op wat inwoners belangrijk vinden, welke initiatieven er al zijn en hoe we de verbinding kunnen versterken De kunst is mee te bewegen en niet te sturen. De volgende stap is integraal leren samenwerken in de praktijk én onze systemen vernieuwen. Deze transitie is geen praktisch, maar vooral een psychologisch proces. Het vraagt moed en lef om patronen los te laten en inwoners echt ruimte te geven.’

In verbinding
Wat is hiervoor nodig? ‘Je moet je bewust zijn van de duur en complexiteit van zo’n proces. Hiërarchie en controle duiken telkens weer op. We organiseren ons rondom de ambitie en zorgen dat buurtteams, het kernteam en de stuurgroep goed met elkaar in verbinding zijn en dezelfde taal spreken. De kunst is dat het kernteam en de stuurgroep de juiste randvoorwaarden scheppen, zonder het over te nemen. De lessen die we onderweg leren, schrijven we op. Zodat we zelf blijven leren én anderen kunnen inspireren. Het vraagt een lange adem, tijd en doorzettingsvermogen van iedereen die zich voor deze beweging inzet. Volhouden, blijven vertellen en laten zien wat er wél lukt: dát is hoe we samen het verschil maken.’

Foto: Welzijnskwartier Lisse/Hillegom 2025