Feature Image

Laagdrempelige steunpunten: herstel en verbinding

In 2024 kreeg Stichting Lumen Holland Rijnland de opdracht om een regionaal netwerk van laagdrempelige steunpunten te organiseren in de dertien gemeenten in de regio Holland Rijnland. Bart Smith, directeur-bestuurder bij Lumen en projectleider laagdrempelige steunpunten, neemt ons mee in dit project. Het doel: het realiseren van een regionaal dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten voor mensen met (ernstige) psychische problematiek.

Herstel en verbinding

‘Laagdrempelige steunpunten en zelfregie- en herstelcentra zijn voor veel mensen een belangrijke plek om te werken aan herstel en om (opnieuw) verbinding te krijgen, met zichzelf én met de wereld om hen heen’, vertelt Bart. ‘Voor mensen die te maken hebben met uitsluiting is het enorm waardevol dat er op deze plekken peer support en ervaringsdeskundigheid aanwezig is. Dat helpt letterlijk én figuurlijk om over de drempel te stappen.’ Bart legt uit hoe het project is opgezet: ‘We hebben eerst een onderzoek laten doen bestaande uit drie onderdelen: wat zijn de criteria, een inventarisatie van potentiële laagdrempelige steunpunten en een voorstel voor een plan van aanpak. De belangrijkste conclusie van dat onderzoek was dat er al veel laagdrempelige ontmoetingsplekken zijn in de regio, maar slechts enkelen voldoen aan een cruciaal criterium uit het IZA: dat ze zijn opgezet door en voor ervaringsdeskundigen.’

Makkelijk de weg vinden

Het project richt zich op mensen met (ernstige) psychische problematiek en verschillende partijen zijn betrokken: ervaringsdeskundigen, huisartsen, POH GGZ (praktijkondersteuner huisarts), GGZ, welzijnsorganisaties en gemeenten. Bart: ‘Het doel is om een regionaal dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten te realiseren waar mensen met psychische problematiek makkelijk de weg naar vinden. Elke subregio krijgt in de basis één volwaardig laagdrempelig steunpunt dat doorlopend wordt ontwikkeld met diverse herstelgerichte activiteiten door en voor ervaringsdeskundigen. Denk bijvoorbeeld aan het Wellness Recovery Action Plan (WRAP): een persoonlijk plan dat helpt om regie te houden over het eigen herstel. Ook krachtcirkels zijn een goed voorbeeld, waarbij mensen hun eigen netwerk en eigen kracht verkennen en elkaar ondersteunen in groepsbijeenkomsten. Daaromheen zijn bestaande inloopplekken waarmee nauw wordt samengewerkt.’

Eigen aanpak per subregio

Elke subregio krijgt een eigen aanpak, passend bij de lokale situatie. Bart: De doelgroep wordt betrokken bij dit proces, zodat de steunpunten echt aansluiten bij wat mensen nodig hebben. Ervaringsdeskundigen zijn leidend en samenwerkingspartners worden actief betrokken. We hebben drie regio’s: de Leidse regio, Duin en Bollenstreek en de Rijnstreek. In al die regio’s verkennen we samen wat lokaal speelt, wat goed werkt en waar nog kansen liggen. We delen ervaringen, doen ideeën op en bouwen zo een lokaal netwerk op voor de verdere ontwikkeling van de steunpunten. Het resultaat is dat we straks drie volwaardige laagdrempelige steunpunten hebben met daaromheen veel lokale inloop en volop mogelijkheden voor de doelgroep.’
* Laagdrempelige steunpunten is een van de projecten binnen de thematische actielijn ‘GGZ/Mentaal welbevinden’ en is onderdeel van de IZA ZHN-werkagenda.

Krachtcirkel © Stichting Lumen Holland Rijnland