Als je te horen hebt gekregen dat je niet meer beter wordt, staat de wereld op z’n kop. Dan kun je wel een steuntje in de rug gebruiken. gewoon thuis, van een geestelijk verzorger. Hoe kan een geestelijk verzorger iemand helpen het leven weer op de rails te krijgen?

Hans Evers en Christiaan van Dijk, geestelijk verzorgers LUMC, vertellen hierover:

Dat had ik niet zien aankomen 
Een patiënt kan tijdens zijn opname in het ziekenhuis altijd met een geestelijk verzorger spreken. Dat is al heel lang geregeld. Dit gold niet voor de partner of familieleden wanneer het eigen verhaal aan de orde is. Zij deelden tot voor kort het lot van zoveel mantelzorgers. Het centrum voor levensvragen biedt tegenwoordig een goed kader voor de aandacht voor deze mensen. Partners en familieleden spreken over hun ervaring van het leven. Het zijn heel persoonlijke gedachten die we hier beschrijven. Er zijn onderwerpen die vaak aan de orde zijn.

Het is bijzonder om steeds weer te merken hoeveel denkbeeldige gesprekken worden gevoerd als iemand alleen is. Terwijl iemand stil is, stormt het in het hoofd. Vooral ’s morgens vroeg als je wakker wordt en niet meer in slaap kan komen. In de stille morgen hoor je wat er in je hart leeft. In telefoongesprekken zijn geestelijk verzorgers getuigen van de gespreken die partners in hun hoofd voeren met de patiënt die slaapt. Zij vertellen over hoe het leven samen was, hoe ze het weer willen oppakken en hoe diep het gemis is. Familieleden ‘spreken’ in gedachten ook met de dokters en verpleegkundigen. Ze vertellen dat hun partner niet alleen ziek is, maar ook zorgen heeft en sociale verantwoordelijkheden. Zij denken over hun eigen omgeving die er soms wel maar ook niet voor hen is. Die, als het langer duurt, de aandacht verliest of als oppervlakkig wordt ervaren. In tijden van nood leer je je vrienden kennen.

Ze spreken over de nieuwe ervaring van moeheid en lusteloosheid, die hen vertelt dat de partner in de lange jaren van samenzijn de ruggengraat van het eigen leven is geworden. Het omgekeerde komt natuurlijk ook voor. Dat tijdens de onverwachte, onzekere opname duidelijk wordt dat er veel achterstallig werk binnen de relatie is. Soms komen spijt en zelfverwijt ter sprake. Zij concluderen: hierna pak ik het anders aan. Maar wat als er geen gezamenlijke toekomst is? Hoe zonder elkaar? Wat moet ik nu doen als dat gebeurt? Vooral de IC en zeker ook corona betekenen voor veel mensen het wonen in een grijs gebied tussen loslaten en vasthouden. En tegelijk het verlangen om nu de dingen te doen die noodzakelijk zijn, wat de toekomst ook brengt.

In het groot en in het klein voelen we dat de geneeskundige droom van haar troon viel. De inzet van al onze middelen kan niet voorkomen dat veel mensen lang zeer ernstig ziek zijn of overlijden. De strategie om binnen korte tijd het virus onder controle te krijgen is ingrijpend en heeft hele nare gevolgen als we elkaar willen bezoeken en steunen. We denken ook na over maakbaarheid en onvermijdelijke kwetsbaarheid. Het raakt ons terwijl we denken over de eisen die ons worden opgelegd. Deze vertellen ons van het verlangen naar maakbaarheid, terwijl de werkelijkheid ons daarvan de grenzen toont. Wat is voor ons wijsheid?

We spreken ook over de angst om de telefoon op te nemen en te horen hoe het met de opgenomen patiënt is. Wat brengt de dag van vandaag? Hoe te aanvaarden dat alles onveranderd onvoorspelbaar is? Wat te doen met al die manieren waarop hulpverleners verslag doen? De kleine verschillen in woordvoering houden ons de hele dag bezig.

In al deze vragen en onderwerpen gaat het om de draaglijkheid van het leven. Om een ruimte te vinden waarbinnen ‘er alleen voor staan onmachtig zijn’ zich niet tegen je keren. De ruimte om te spreken verandert de onmacht niet, maar is een fijn antwoord op de klacht van het alleen zijn.